Bijna tien jaar lang voelde avondeten voor mij als een straf; nu als een beloning.

AAN TAFEL – Het is nogal een flink hoofdstuk uit mijn leven en erover praten is iets wat ik liever nooit deed. Nu ik ouder word, wil ik graag meer openheid geven over gebeurtenissen die ik moeilijk vond als jochie. Bij mij thuis heb ik het altijd goed gehad en de band met mijn ouders was en is altijd prima geweest. Maar hé, ieder huisje heeft zijn kruisje. Bij mij lag het kruisje dan net toevallig op mijn bord, bestaand uit twee rouwe wortelen. 

Moeilijke eter, een term die wordt gebruikt voor mensen als mijn vroegere ik. Sommige mensen komen honderd procent over dit probleem heen, anderen niet. Ik kwam er volledig overheen en dat op eigen kracht. Ik ken het benauwde gevoel: het moment dat er iets op je bord beland waarvan je letterlijk walgt. De walg in combinatie met een praatje over kinderen in Afrika lijkt de situatie zelfs nog erger te maken. Ik vond het vernederend wanneer mensen het idee hadden dat ik mij aanstelde en slechts aandacht vroeg. Het was echt een handicap, want overal waar Klaas bij was, moest rekening worden gehouden met het avondeten.

Toen ik een jaar of drie was, ging het plots qua eetgedrag erg slecht met mij. Ik had weinig smaak en ontwikkelde een soort angst en afschuw voor eten, vooral dat wat onbekend was. Ik was een mini-xenofoob met een flink ondergewicht. Tot ongeveer mijn elfde levensjaar heb ik elke avond rijst, macaroni of pizza gegeten. Ik leefde ook deels op Avico magnetronfriet en at als ontbijt witte bolletjes met pindakaas en chocopasta. De werkelijke oorzaak van mijn slechte eetgedrag heb ik nooit kunnen achterhalen, maar dat het probleem – want dat was het echt wel – uiteindelijk zou verdwijnen, heb ik altijd geloofd. Als ik dan eens wat nieuws probeerde, schaamde ik mij als het smaakte. Eraan toegeven dat ik het lekker vond, was moeilijk.

Vaak dacht ik de enige te zijn met het eetprobleem. Veel later besefte ik pas dat zich geen onbekend fenomeen voordeed in mijn jeugd. Het besef kwam extra hard aan toen ik aangenomen werd bij een brasserie, één van mijn eerste baantjes in de horeca. Het was een brasserie waar vooral yuppen met kinderen op afkwamen. In die tijd heb ik heel veel geleerd over eetgedrag bij kinderen en de wijze waarop ouders met slechtetende kinderen omgaan. Het feit dat ik niet de enige was – al was het probleem allang uit de wereld – deed mij goed en nam de schaamte stukje bij beetje weg. Er zijn ook heel veel momenten geweest dat ik mijzelf herkende in kinderen die aten met hele, hele, hele lange tanden. Aangezien ik spanning tussen mensen vrij makkelijk opvang, heb ik al gauw door wanneer een kind zich schaamt als ouders ongegeneerd aan mij verklaren dat het kroost een eetprobleem heeft en daarom zijn bord niet leeg eet.  Dit waren momenten dat ik mijn ouders heel erg dankbaar was voor het feit dat zij mijn probleem niet aan de grote klok hingen of het publiekelijk beschreven als iets dat hen irriteerde.

Ik weet donders goed dat dit voor mijn ouders ook een flinke uitdaging geweest moet zijn. Het lijkt me lastig om als ouder op een rustige wijze te reageren wanneer overblijfmoeders opgenaaid advies proberen te geven en de harde methode in een nieuw jasje presenteren: lepel in de mond en doorslikken. Het geduld van mijn moeder heeft geloond, want na een lange periode kwam de omschakeling en leek het altijd aanwezige ‘eten-waarschuwingssysteem’ in mijn hoofd, zijn kracht te reduceren. Opeens was het daar; alsof een stofje begon te werken en mij tot eten deed zetten.

Schuldgevoel speelt vaak een grote rol bij het hebben van zo’n eetprobleem. Het maakt niet uit hoe oud je bent, maar het voelt altijd naar een aangeboden creatie van een ander af te wijzen omdat het simpelweg jouw smaak niet is. Iemand staat uren in de keuken om jou te kunnen verassen en je laat het links liggen. De teleurstelling van de kok is makkelijk uit de stand van zijn gezicht af te lezen, ondanks dat hij zegt: “joh, het geeft helemaal niet.” Het geeft namelijk wel en het is ongemakkelijk.

Een advies dat ik iedere ouder met een slechte eter mee zou willen geven: heb geduld en geef je kind de ruimte qua maaltijden. Probeer te ontdekken wat hij of zij wel lekker vindt en wees blij en tevreden wanneer je kind kleine stapjes maakt. Probeer een goed onderscheid te maken tussen aanstellerij en oprechtheid, want als je dat onderscheid niet ziet, dan is het jouw kind niet en is er kennelijk iets fout gegaan tussen jou en je partner. En als laatste wil ik graag zeggen: het komt goed, altijd. Maar alleen als je daar als ouder ook daadwerkelijk in gelooft.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.