Informatie, het is oneindig én verslavend

Strak in de plamuur, strak in de kleding en een mobiel heel strak – bijna gestold – in de hand. De slet, de sloerie, de goedkope parfum in combinatie met de geur van een zojuist gerookte sigaret. Ik heb het over ‘de kneus’. 

De kneus, een begrip dat ik gebruik voor zwakzinnigen en zonderlingen. Zij die in de trein hun Cuggi-tassen (ik verander de merknamen tegenwoordig, anders wil Google AdSense mij niet meer hebben) op de stoel naast zich arrangeren terwijl jij door de drukte 50 soorten lichaamsgeuren tegelijk kan ruiken. Staand. Het is niet echt een prettig idee. Wat ik hiermee wil zeggen, is dat een mobieltje kleine vervelende asociale eigenschappen flink kan versterken. Hiermee bedoel ik dan wel de mensen die er écht aan zijn verslaafd, zoals de kneus.

Kneuzen zijn smartphoneverslaafden van het vervelendste soort. Ook is het het enige soort verslaafde dat zich op internet hetzelfde voordoet en de dezelfde eigenschappen bezit als in het echt: het hebben van een grote bek. Deze mensen zijn niet meer te genezen of te behandelen voor zo’n verslaving. Als jij een kneus aanspreekt op zijn of haar gedrag, dan zal je merken dat die kneus toch niet luistert. Dat is ook een reden waarom hun muziek altijd zo hard staat; er is sprake van permanente eenzijdige communicatie waarbij de kneus zelf de zender is.

Uiteindelijk blijft voor mij de vraag over of een kneus werkelijk een permanente Tokkie is, zoals ik zojuist zei. Wat gebeurt er als ik de telefoon van een kneus op de bovenkant van een hoge kast leg (dat kan ik, ik ben twee meter lang)? Gaat hij dan huilen, trillen, overgeven? Ik denk dat ‘ie dan wordt geconfronteerd met de ware en harde ongemakkelijkheid. Iets wat praktisch elke intensieve smartphonegebruiker ervaart bij het afkicken.

De ware en harde ongemakkelijkheid is één van de meest vervelende dingen waar je doorheen gaat als je permanent stopt met het gebruiken van je telefoon. Ken je dat moment dat je een openbare ruimte binnenloopt met allemaal mensen die je niet kent? Dat is het moment waarop we allemaal onze telefoon pakken om die ongemakkelijkheid en sociale angst te vermijden. Ik denk dat een oudere generatie zichzelf hier niet snel in zal herkennen, want die heeft van jongs af aan, tot met het krijgen van de eerste grijze haren, met dit soort situaties om leren gaan.

Eigenlijk best gek dat een telefoon het gevoel van angst kan wegnemen, toch? Soms lijkt het een magisch middel te zijn dat elk zenuwachtige gevoel kan tegengaan in een rap tempo. We weten allemaal dat dat werkt en daardoor gaan we het ook steeds vaker doen: wachten in een bushokje met anderen? Telefoon pakken. Op een feestje komen op uitnodiging waar je niemand kent? Telefoon pakken. Je moet trouwens nooit naar dat soort feestjes gaan in de eerste plaats. Waarom confronteren we onszelf dan niet eens met die ongemakkelijkheid? En wat gebeurt er in de toekomst als we allemaal bijna dood zijn en nog steeds geen ongemakkelijkheid onder ogen kunnen zien? Is het niet juist normaal om jezelf met die situaties te confronteren en daardoor bepaalde sociale eigenschappen aanleert, precies zoals moedernatuur dat ooit bedoeld had?

Dat we zo nu en dan even door Facebook scrollen in het geval van ongemak, baart mij niet extreem veel zorgen. Iets waar ik mij wel zorgen om maak is het feit dat het ‘ontsnapgedrag’ mensen een depressie in kan sleuren. Een onderzoek namens CNN wijst dit uit. Dit maakt het nog veel gevaarlijker als je kijkt naar de hoeveelheid mensen dat al gevoelig is voor depressies. Slechts simpele en veel voorkomende aandoeningen, zoals ADHD, maken je al gevoeliger.

Iets wat de verslaving nog een beetje enger maakt, is dat de kern ervan vooral draait om data. Als je bent verslaafd aan je telefoon, dan ben je verslaafd aan informatie. De reden waarom je blijft scrollen op Facebook, is omdat die data niet ophoudt. Er komt geen einde aan. Het is alsof je bent verslaafd aan cocaïne en je een hele voorraad in je kelder hebt liggen. Waarom zou je dan stoppen? De vraag of je drugs ooit opgaan, hoef je niet te stellen. De verleiding is overigens ook heel groot. Probeer als cokeverslaafde maar eens te stoppen als al je vrienden, familie, docenten en andere voorbeeldfuncties eraan verslaafd zijn. Hoe moeilijk is het dan om te stoppen als iedereen steeds controleert of jij dat kattenfilmpje wel hebt gezien? Of nog erger: iemand vraagt je waarom je niet reageerde op WhatsApp, ondanks dat je twee uur terug nog online was op Instagram. Want daaruit kan je concluderen dat iemand op zijn telefoon heeft gezeten en de notificatie van WhatsApp moet hebben gezien.

Het klinkt allemaal erg zwaarmoedig en waarschijnlijk heb je nu het gevoel dat dat afkicken nooit gaat of zelf kan gebeuren. Geen zorgen, het kan echt wel. Je moet proberen om jezelf te weerhouden van informatie. Probeer online als een kluizenaar te leven en alleen door het kijkgaatje van de grote poort naar oneindige data te kijken. Waarom probeer je niet gewoon eerst de grootste voorziening van data uit te schakelen? Ik bedoel, waarom verwijder je niet gewoon eerst Facebook? Hé en, als iedereen dat zou doen – ook de kneuzen – dan zal je nooit meer een kneus tegenkomen. Want ook in een kneus zit ergens heel diep, een prachtige persoonlijkheid.