Een broodjeszaak runnen met een bouwkundediploma: dat móet wel een allochtoon zijn.

Eerder deze maand publiceerde ik een artikel over groeperingen met een migratieachtergrond binnen Nederland – voornamelijk de ‘Turken’ – en mijn ervaringen daarmee. Ik wilde bij zowel inboorlingen van Nederland als bij de Turkse gemeenschap het één en ander losmaken over de integratie van allochtone nakomelingen. Maar ik wil één probleem nog even extra benadrukken: mensen met een migratieachtergrond die hun naam hebben behouden, worden keihard genegeerd op de arbeidsmarkt.

Ongeveer een week geleden bevond ik mij op station Enschede. Ik had tijd over voordat ik de trein naar Deventer zou pakken. Mijn maag rommelde, dus besloot ik de tijd te doden met een broodje döner. De man achter de balie was van Turkse afkomst, net als zijn collega’s. Ik weet niet wat mij bezielde, maar de gedachte kwam in mij op om de man te confronteren met zijn etnische afkomst. Hij stond wat vreemd te kijken toen ik hem waarschuwde dat ik een wellicht een wat ongepaste vraag zou stellen. Ik vertelde het één en ander over mijn artikelen en stelde hem de vraag of hij weleens is gediscrimineerd op de arbeidsmarkt, wetend dat ik weggezet zou kunnen worden als een nieuwsgierige mafkees. Gelukkig gebeurde dat niet en nam hij mijn vraag serieus. Zijn antwoord, namelijk ‘ja’, verbaasde mij niet. Het was zijn houding die ik zorgwekkend vond en mij deed beseffen dat je met je buitenlandse achternaam niet serieus wordt genomen op de arbeidsmarkt.

Niet eenmaal of twee maal, maar minstens honderd keer werd Y. – de man achter de balie – afgewezen voor alleen al kennismakingsgesprekken na zijn studie bouwkunde. Niet gek dat het aantal afwijzingen zo’n hoog aantal is. Ik zou na de tiende afwijzing na het afronden van mijn studie ook niet opgeven, maar juist blijven solliciteren naar functie waarvoor je meerdere jaren in de collegezalen hebt gezeten. Y. behaalde vele jaren terug zijn diploma bouwkunde, maar heeft nooit iets met zijn vakkennis kunnen doen. In plaats van een klaagzang over zijn teleurstellende loopbaan, reageerde hij eerder passief. Hij was het ‘toch al gewend’ en het was ‘niet de eerste keer’. Y. en zijn klasgenoten solliciteren immers op dezelfde functies, en je raadt het al: Y. werd nooit uitgenodigd voor een gesprek, maar zijn Nederlandse klasgenoten waren van harte welkom voor een kennismaking.

Een goede oplossing voor dit probleem lijkt mij de mogelijkheid om anoniem te solliciteren. Alleen bestaat dan de kans dat werkgevers iedere anonieme sollicitant automatisch weg zullen zetten als een allochtoon. Wat ook een optie zou zijn, maar mogelijk een vertrouwensbreuk tussen een werkgever en werknemer kan veroorzaken, is de mogelijkheid om te solliciteren onder een andere naam. Daardoor verdwijnt wel de optie voor een werkgever om een achtergrondcheck uit te voeren, zoals controle van sociale media. Al met al: solliciteren onder een buitenlandse naam werkt niet en er moet zo snel mogelijk een oplossing gevonden worden voor deze grootschalige discriminatie.