Het domino-effect

Je gaat niet van hem weg, want zonder hem lijk je buiten de groep je vallen. Hij geeft je immers status, vrienden en hij geeft je de kans te zijn wie je wilt zijn. Hoe charmant: je mag alles schaamteloos vragen, zónder raar door ‘m aangekeken te worden. Is dat niet enig? Enigszins eng?

Hij bepaalt wat jij leuk vindt, met wie je omgaat en waar je vanavond zal stappen. Hij weet of je informatie verzwijgt en dus zal ‘ie dat doodleuk tegen je zeggen. Hij zal – mede door zijn gebrek aan schaamtegevoel – je diepste geheimen doorvertellen. Hij kan je laten betalen en je zuurverdiende centen laten rollen naar multinationals. Hij houdt je aan het lijntje. Heel strak. Nee, ik heb het niet over je partner, maar over je vreemdgaande ‘zielsverwant’ die waarschijnlijk één van deze namen draagt: SamZuigt, Heiwau of F*kcPhone. Of zoiets.

Ik ben geen objectofiel, maar toch liet ik mijn stemming en aanmaak van dopamine bepalen door een vlak, bestaand uit aluminium, plastic en glas. Tijd om wat concreter te zijn: je telefoon werkt als een relatie. Als jouw scharrel en jij kennismaken, dan doen jullie dat met het doel te weten te komen hoe elkanders persoonlijkheid werkt. Een relatie met een mens lijkt alleen levensvatbaarder. Deze kunnen namelijk een heel mensenleven meegaan, maar de relatie tussen jou en je telefoon? Vanaf dag één heeft hij je al onder de duim; hij wil alles van je weten en het wordt pas echt luguber wanneer hij je vraagt (zonder dat je het überhaupt aan iemand hebt verteld) hoe het was bij die colonhydrotherapeut. Eén ster dus.

Ik had eens een lange relatie met een meisje. We waren beiden zeventien toen we kregen. Zoals de meeste stelletjes, hadden we weleens ruzie. Vaak om hele stomme en vooral kleine dingen. Ik zou niet durven zeggen dat mijn eigen ervaring legitiem en concreet bewijs is en als resultaat van een onderzoek zou mogen dienen, maar ik kan je best vertellen dat onze zielige speeltjes voor veel ellende tussen haar en mij hebben gezorgd. Ik heb een hele mooie verklaring hiervoor: vroeger, toen we nog schreven naar elkaar, gebruikten we een doodnormale pen. We hadden de kans een goed uitgedachte bief – waarvan de schets eerst in het hoofd werd gevormd – op papier te zetten. Je bracht dan je hand naar het papier, je maakte een paar rare ‘nep-bewegingen’ die de hersenschimmige versie van een hoofdletter ‘D’ moesten voorstellen. Je schreef de eerste zin op waarmee je de brief moest inleiden. Als je gedurende het schrijven van een brief leed aan het hebben van een boze bui, dan had je de kans de domme uitspraken die je dan deed, te corrigeren. Dezer dagen wordt het zelfs schandalig bevonden wanneer je gesprekspartner opmerkt dat je stopt met het typen van een bericht tijdens een gesprek via WhatsApp. De gesprekspartner ging er namelijk van uit dat je een inhoudelijk bulletin zou gaan aanleveren. Je deed dit niet. Nu mag je kiezen: of een vriend kwijt (hij of zij is zo boos dat diegene je voor deze keuze laat staan, want ja, gemak) óf je zegt sorry.

Men is zo ontzettend gewend aan het technische gemak van tegenwoordig, dat we klakkeloos denken dat mensen net zo snel mee veranderen en zich wel even aanpassen aan de programmatuur van bijvoorbeeld Facebook. Het feit dat de bot van CoolBlue jou via Messenger zo snel antwoordde op je geklaag, betekent niet dat ik dat ook automatisch doe. Jij zal je telefoon nooit de baas worden, of je moet het lekker vinden om gedomineerd te worden. Natuurlijk is het mooi dat jullie elke dag hand in hand lopen, maar wordt het niet eens tijd na te denken over het echte leven? Zoveel gedoe tussen tortelduifjes ontstaat door een stomme miscommunicatie over het web. Hoe minder jij je laat afhangen van je telefoon en hoe meer jij de gesprekken met je partner in het echte leven serieus neemt, hoe beter en gelukkiger je met je lief wordt. Daar zet ik mijn prachtige Aiek op.